|
Carmabi en UNA bundelen krachten |
|
|
WILLEMSTAD (27-02-07) - Het Caribisch Maritiem Biologisch Instituut (Carmabi) en de Universiteit van de Nederlandse Antillen (UNA) gaan zomercursussen aanbieden. Morgenmiddag ondertekenen directeur Dolfi Debrot van Carmabi en rector-magnificus Jeanne de Bruijn van de UNA een 'memorandum of understanding', zo meldt het Antilliaans Dagblad.
Dit memorandum betreft de gezamenlijke ontwikkeling en aanbieding van educatieve programma's op het gebied van tropische maritiem biologische wetenschappen, de ecologie van de eilanden en natuurbeheer.
De UNA en Carmabi willen met ingang van de komende zomer de volgende drie zomercursussen gaan aanbieden aan studenten van de UNA, van de Nederlandse Antillen en buitenlandse universiteiten: 'Tropical marine biology', 'Quantitative reef sampling methods' en 'Sustainable mariculture of fish and crustaceans'. De eerste twee cursussen bestaan uit een combinatie van veld- en laboratoriumwerk en colleges. Dit betekent dat de studenten zelf onder water gegevens gaan verzamelen. In totaal duurt de cursus zes weken. De laatstgenoemde cursus duurt één week en zal ook worden aangeboden aan belangstellenden uit de gemeenschap, vergelijkbaar met de UNAcollegereeks 'Educatie in Erfgoed'.
Het initiatief voor deze samenwerking ontstond uit de wens van de UNA om haar onderzoeksactiviteiten uit te breiden en te internationaliseren, terwijl Carmabi streeft naar uitbreiding van de educatieve activiteiten en studenten te enthousiasmeren voor management en onderzoek van tropische zeebiologie. De UNA heeft veel ervaring met het ontwikkelen en uitvoeren van educatieve programma's, terwijl Carmabi kan steunen op meer dan vijftig jaar ervaring met het uitvoeren en ondersteunen van primair en toegepast natuurwetenschappelijk onderzoek in de Nederlandse Antillen.
Met deze krachtenbundeling denken ze tot een succesvolle samenwerking te kunnen komen en een aantrekkelijk opleidingsaanbod te kunnen bieden, waar studenten binnen het natuurwetenschappelijke veld hun voordeel mee kunnen doen.(bron Antilliaans Dagblad via het Antillenhuis) |