|
IBG soepeler met Antillen |
|
|
WILLEMSTAD (19-10-07) - De Nederlandse Informatiebeheergroep (IBG) komt Antilliaanse oud-studenten tegemoet, die met een Nederlandse studieschuld naar hun eiland terugkeren en met een wurgend koersverschil hun schuld in euro's moeten aflossen, terwijl hun loon in Antilliaanse guldens is én lager dan dat in Nederland, zo meldt het Antilliaans Dagblad.
'De draagkrachtregeling wordt beschikbaar voor ál onze teruggekeerde studenten', deelt gedeputeerde Marilyn Alcalá-Wallé (Onderwijs) verheugd mee.
'Terwijl Nederlandse studenten eerst moeten aantonen dat hun verzoek voor draagkrachtmeting ontvankelijk is, zal IBG alle verzoeken vanuit de West in behandeling nemen. Die procedure kan ertoe leiden dat wie vijftien jaar lang naar hetgeen hij kán termijnbedragen betaalt, kwijtschelding krijgt voor wat aan het eind van die periode nog open mocht staan.' In gesprekken gisteren met minister Ronald Plasterk (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) en directeur-generaal Renk Roborgh van OCW (hoger onderwijs, beroepsonderwijs en wetenschap) merkte de gedeputeerde dat OCW actief wil helpen. 'Zij hebben ons dringend verzocht om dit via een SSC-brochure goed onder de aandacht te brengen van de doelgroep.' Het ministerie van OCW wil Curaçao ook organisatorisch helpen. 'Zij stellen ons een specialist beschikbaar op het gebied van studiefinancieringssystemen. Minister Plasterk vertelde mij dat er in de wereld vijf mensen zijn met deze specifieke specialisatie. Nederland heeft daar één van: Hans Haring die ons binnenkort komt bijstaan bij het optimaal inrichten van de financieringspoot van de Stichting Studiefinanciering Curaçao (SSC).
Ook de mogelijkheid van Nederlandse financiering voor Curaçaose opleidingen zal worden bestudeerd. 'Dit moet anders dan in het verleden zó gebeuren dat de lokale situatie niet wordt ontwricht', aldus Alcalá- Wallé. Zij is zeer ingenomen met de toegankelijke houding van de minister en het ministerie. 'Alleen al het feit dat zij met mij wilden overleggen, toont hun pro-actieve bereidwilligheid. Niet ík ben hun gesprekspartner maar de Antilliaanse Onderwijsminister. Maar met het oog op de komst van het Land Curaçao willen zij al met ons overleggen. Overigens heb ik alles wat ik bij OCW ging doen besproken met minister Leeflang, zodat zij van alles op de hoogte is.' Saillant is dat directeur-generaal Roborgh zeventien jaar op Curaçao heeft gewoond. 'Hij kwam als baby van zes maanden en vertrok toen hij zo’n 17 jaar oud was. Dit maakt dat hij een speciale band voelt met het eiland.'(bron Antilliaans Dagblad, door Sharlon Monart, via het Antillenhuis) |