|
Nog geen stap dichter bij waarheid |
|
|
AMSTERDAM (27-05-06) - Het politie-onderzoek naar de vermiste Natalee Holloway heeft haar ouders nog geen stap dichterbij hun verloren dochter gebracht. Sinds een jaar houdt het spoor op bij de nachtclub Carlos ’n Charlies in Oranjestad, waar de 18-jarige Amerikaanse in een auto stapte met Joran van der Sloot en de gebroeders Kalpoe, zo meldt het Algemeen Dagblad.
Omdat op Aruba geregeld toeristen die nog niet naar huis willen, 'verdwijnen' om na enkele dagen weer op te duiken, gingen bij het Arubaanse politiekorps niet meteen alle alarmbellen rinkelen toen Natalee Holloway na een nacht stappen niet op haar hotelkamer was teruggekeerd.
Toen bleek hoe serieus de zaak was, was het misschien al te laat. 'Het ging op de eerste dag al mis,' zegt strafrechtdeskundige Peter van Koppen. 'De eerste dagen zijn het belangrijkste. Als je allerlei dingen niet doet, zoals getuigen horen, heb je zo’n zaak eeuwig verloren. Het typische met dit soort vermissingszaken is dat je ze in de eerste week oplost of het wordt heel moeilijk.'
In die eerste week had de politie een gesprek met de drie jongens die als laatsten met Holloway waren gezien. 'Als politie en justitie niet vanaf het begin strafrechtelijk hadden geblunderd door hen niet scherp te ondervragen, was Aruba nu niet zo in diskrediet gebracht,' meent Chris Lejuez, een bekende Arubaanse strafpleiter en tevens raadsman van Abraham Jones, een van de bewakers die daags na de vermissing werden aangehouden op aanwijzing van het trio dat als laatste met Holloway was gezien.
De beslissing om twee simpele, zwarte bewakers op te pakken en met name Van der Sloot te laten lopen, bezorgde het Arubaanse Openbaar Ministerie (OM) veel kritiek uit de VS. Er zou sprake zijn van racisme en klassejustitie. De officier van justitie, de toenmalige hoofdcommissaris en rechter Van der Sloot en zijn zoon behoorden volgens de Amerikanen tot een elitair blank clubje.
Volgens Lejuez nam de officier van justitie die beslissing omdat ze bang was haar baan te verliezen. 'Ze heeft zich vanaf het begin van haar lafste kant laten zien,' zegt hij. 'Als ze de zoon van de rechter ten onrechte had aangehouden, dan had ze haar baan kunnen verliezen. Als ze die jongens en de bewakers had opgepakt, zou dat tenminste van daadkracht hebben getuigd. Misschien hadden ze dan ook niet geweten wat er was gebeurd, maar dan hadden ze tenminste zeker geweten dat ze er alles aan hadden gedaan. Dan had Aruba er veel minder onder geleden.'
Pas elf dagen na de vermissing pakte de politie Van der Sloot en de gebroeders Kalpoe op. De bewakers kwamen al snel vrij. Maar hoewel de verdachten verschillende versies van de gebeurtenissen van 30 mei vertelden en er veertig Arubaanse politieagenten op de zaak zaten die hulp kregen van de Amerikaanse FBI, de Nederlandse politiedienst KLPD, het Nederlands Forensisch Instituut en de Utrechtse politie, was er eind augustus te weinig bewijs om ze nog langer vast te houden.(bron AD) |